gewoon
Insigne Bemanningslid
Dit insigne maakt deel uit van het activiteitengebied Uitdagende Scoutingtechnieken.
Op niveau 1 en 2 ben je actief op een lelievlet, bij niveau 3 op een sleper, motorschip of wachtschip.
Welkom aan boord! Bij dit insigne leer je als goed bemanningslid te functioneren.
Niveau 1
Niveau 2
Niveau 3
Eis 1
De basis
N1
Niveau 1.
a. Toon aan dat je kunt zwemmen, bijvoorbeeld door je zwemdiploma A te laten zien.
b. Je weet hoe het roer werkt. Vaar een rechte koers op een vast punt.
N2
Niveau 2.
Voldoe aan één eis van iedere groep.
Groep 1 – Roeien: Insigne Varen op Spierkracht niveau 1 variant roeien, of Watersportdiploma Roeien (CWO I/II).
Groep 2 – Zeilen: Watersportdiploma Jeugdzeilen (CWO), of Watersportdiploma Kielboot (CWO I), of ken de schaal van Beaufort en de zeilkoersen van een lelievlet.
N3
Niveau 3.
a. Help het schip klaar te maken om uit te varen: zorg dat alle materialen compleet zijn, controleer de motor en alle vereiste veiligheidsmiddelen.
b. Laat zien hoe je klein/dagelijks onderhoud aan de motor uitvoert.
Eis 2
Kennis van je schip
N1
Niveau 1.
a. Herken de vijftien belangrijkste onderdelen van een vlet (voordek, achterdek, roer, doft, vlonder/buikdenning, zijstag, voorstag, mast, fok, grootzeil, anker, dol, riem, wrikriem, hoosblik).
b. Leg uit wat vijftien vaartermen betekenen (bakboord, stuurboord, overstag, gijp, hogerwal, lagerwal, roeien, zeilen, wrikken, oploeven, afvallen, noord, oost, zuid, west).
N2
Niveau 2.
a. Leg uit wat de verschillen zijn tussen zwemvesten, reddingsvesten en self-inflatables.
b. Leg uit hoe je veilig vanuit de kuip kunt werken.
c. Vertel waar je in jouw vaaromgeving wel en niet veilig kunt of mag zwemmen.
d. Leg uit wat de risico's zijn als je op het water zwanen of ganzen tegenkomt.
N3
Niveau 3.
a. Vertel waar alle veiligheidsmiddelen aan boord te vinden zijn en hoe je ze kunt gebruiken.
b. Maak een veiligheidsplattegrond van het schip.
Eis 3
Vaardigheden
N1
Niveau 1.
a. Leg uit wanneer je de volgende knopen toepast: achtknoop, mastworp, paalsteek, kikker beleggen, halve steek.
b. Laat zien hoe je de lijnen netjes opbergt.
N2
Niveau 2.
a. Laat zien hoe je het schip aanlegt en de landvasten gebruikt (vaste wal, steiger of brug).
b. Leg het anker goed klaar, werp het uit, controleer of het goed ligt en maak het weer los.
c. Hanteer de basisveiligheidsregels tijdens het slepen (NTR).
d. Pak een sleeplijn aan en leg hem vast.
e. Toon aan hoe je het zwaard van een lelievlet moet gebruiken tijdens het slepen.
f. Laat zien hoe je een puts of emmer gebruikt om af te remmen tijdens het slepen.
N3
Niveau 3.
a. Leg een schip vast in een sluis en laat zien wat je met de lijnen moet doen.
b. Beleg stilstaand een bolder.
c. Leg het anker goed klaar, werp het uit, controleer of het goed ligt en maak het weer los.
d. Noem twee typen sleeplijnen.
e. Noem en coördineer twee soorten sleepopstellingen.
Eis 4
Veiligheid
N1
Niveau 1.
a. Leg uit wat goede kleding en schoeisel is aan boord van een lelievlet.
b. Vertel wat de regels zijn voor het dragen van reddingsvest (NTR).
c. Oefen het op tijd bukken met een gecontroleerde gijp.
d. Sta en loop niet in de boot; houd handen binnenboord tijdens het varen.
e. Benoem de vaarregel voor goed zeemanschap.
f. Benoem hoe je goed met de natuur op en rond het water omgaat.
N2
Niveau 2.
a. Leg uit wat je moet doen als de lelievlet omgeslagen is: veiligheidsmaatregelen van en voor bemanningsleden, veiligstellen van het materiaal, alarmeren van hulpdiensten.
N3
Niveau 3.
a. Weet hoe je communicatiemiddelen op het water correct moet gebruiken: PMR/LPD portofoons, mobiele telefoon, basiskennis marifoon, SOS/noodsignalen.
Eis 5
Spic en span
N1
Niveau 1.
a. Laat zien hoe je bagage aan boord netjes en watervast opbergt.
b. Leg een boot aan en leg een landvast aan een kikker.
c. Pak een sleeplijn aan op een klein zeilbootje en maak deze goed vast.
N2
Niveau 2.
a. Laat zien hoe je zeilen uithangt na het varen.
b. Laat zien hoe je lijnen uitspoelt na gebruik.
c. Voer minimaal twee onderhoudstaken uit tijdens groot onderhoud van de lelievlet (bijv. schuren of schilderen). Ruim afval netjes op en scheid het.
N3
Niveau 3.
a. Voer minimaal twee onderhoudstaken uit tijdens groot onderhoud. Kies duurzame onderhoudsmiddelen.
b. Assisteer bij groot onderhoud aan de motor.
Bij niveau 3 wordt met 'schip' steeds een sleper, wachtschip of motorschip bedoeld.
Niveau 1 is zonder aanpassingen uitvoerbaar voor niet-waterscouts. Voor niveau 2 en 3 is meer ervaring
met varen nodig — overweeg contact te leggen met een waterscoutinggroep.