gewoon
Insigne Houtbewerken
Dit insigne maakt deel uit van het activiteitengebied Uitdagende Scoutingtechnieken.
Met dit insigne leer je verschillende manieren om op een veilige manier te hakken, zagen en snijden.
Niveau 1
Niveau 2
Niveau 3
Eis 1
Mes
N1
Niveau 1.
a. Laat zien dat je veilig om kan gaan met een zakmes.
b. Laat zien dat je weet waar alle onderdelen voor zijn, hoe je een zakmes veilig doorgeeft, hoe je het openklapt en hoe de beveiliging werkt.
c. Maak een blikje open met de opener, draai een schroef of gebruik een ander onderdeel voor het juiste doel.
d. Maak een stok om een broodje bij het kampvuur te bakken. Haal een deel van de bast weg en doe dit zo dat je alleen de stok beweegt, niet je mes.
N2
Niveau 2.
a. Laat zien dat je de volgende handgrepen beheerst: kniegreep, borstgreep, versterkte greep, aardappelgreep.
b. Maak met je mes een houten tentharing met scherpe punt en inkeping voor een touw.
N3
Niveau 3.
a. Zoek op wat een Trystick is en leg uit waar alle inkepingen voor zijn, welke snijtechnieken je gebruikt en hoe ze werken.
b. Maak je eigen Trystick.
c. Leg uit en laat zien wat batonneren is.
Eis 2
Bijl
N1
Niveau 1.
a. Laat zien hoe je een bijl veilig doorgeeft (gebruik alleen de steel).
b. Leg uit hoeveel ruimte je nodig hebt en waar je rekening mee moet houden bij het hakken.
N2
Niveau 2.
a. Laat zien hoe je een stammetje doorhakt.
b. Laat zien hoe je een V'tje hakt.
c. Geef aan waar je op moet letten om goed en veilig te hakken.
d. Noem voorbeelden van drie verschillende soorten handbijlen en leg uit waar je ze voor gebruikt.
N3
Niveau 3.
a. Laat zien hoe je een grote stam doorhakt.
b. Laat zien hoe je een wig gebruikt.
c. Laat zien hoe je hout moet kloven.
d. Zoek uit wat een kindling cracker is en hoe je daar veilig mee om kunt gaan.
e. Noem voorbeelden van vijf verschillende soorten grote bijlen en leg uit waar je ze voor gebruikt.
Eis 3
Zaag
N1
Niveau 1.
a. Laat zien hoe je een figuurzaag gebruikt en hoe je het zaagje vervangt.
b. Zaag met een figuurzaagje een figuur uit een stuk hout (tip: triplex of multiplex).
N2
Niveau 2.
a. Laat zien hoe je een boog-/beugelzaag of spanzaag gebruikt en hoe je deze doorgeeft.
b. Leg uit waarvoor deze zagen geschikt zijn.
c. Zaag een platte schijf van een boomstam met een diameter van minimaal vijftien centimeter.
N3
Niveau 3.
a. Laat zien hoe je een klapzaag gebruikt en hoe je deze doorgeeft.
b. Laat zien hoe je een trekzaag gebruikt. Zaag een flinke stam door, alleen en met twee personen.
c. Leg uit waarvoor deze zagen geschikt zijn.
Eis 4
Kennis en onderhoud
N1
Niveau 1.
a. Leg uit welk hout je mag gebruiken voor snijwerk, broodstokken of ander houtwerk zonder de natuur te beschadigen.
b. Laat zien hoe je een zakmes schoonmaakt en wat je doet als onderdelen vastzitten.
N2
Niveau 2.
a. Leg uit welk hout je wel of niet mag gebruiken bij hakken, zagen en snijden.
b. Noem geschikte houtsoorten voor houtsnijwerk en geef voor- en nadelen.
c. Laat zien hoe je een zakmes slijpt.
d. Laat zien hoe je bijlen en zagen na gebruik opbergt.
N3
Niveau 3.
a. Laat zien dat je weet hoe je de steel van een bijl, het blad van een hand-/boogzaag/spanzaag en het blad van een klapzaag vervangt.
b. Laat zien hoe je een bijl slijpt.
c. Geef aan hoe je messen, bijlen en zagen voor een langere tijd duurzaam kunt opbergen.
Eis 5
Sierwerk
N1
Niveau 1.
a. Laat zien dat je een schilmesje veilig gebruikt (appel schillen, komkommer snijden).
b. Snij een eenvoudig figuurtje in een stuk zacht hout (zoals wilgen- of lindenhout), zoals een gezichtje of een simpel patroon.
N2
Niveau 2.
a. Maak een werkstuk uit vers hout (kabouter, kerfstok, spatel of lepel). Laat het drogen en schuur het glad.
b. Werk het voorwerp mooi af. Zorg dat een gebruiksvoorwerp ook echt gebruikt kan worden.
N3
Niveau 3.
a. Maak een werkstuk waarin chipcarving en Kohlrosing is verwerkt.
Veel informatie voor dit insigne is te vinden op de site van de MPSE (messen, bijlen, zagen, snij- en
haktechnieken en onderhoud). Denk bij houtkeuze aan: niet snijden in levende bomen/planten, oppassen
met gebruikt hout van pallets (spijkers/splinters), geen erg nat hout gebruiken.