gewoon
Niveau 1

Insigne Navigeren — Niveau 1

Dit insigne maakt deel uit van het activiteitengebied Uitdagende Scoutingtechnieken. In dit activiteitengebied doe je activiteiten rondom een techniek, zoals hakken, stoken, kaart en kompas, routetechnieken, pionieren, zeilen en kamperen. Met dit insigne leer je omgaan met kaart en kompas en diverse routetechnieken om goed te kunnen navigeren.
Log in of maak een account aan om je voortgang bij te houden.
Eis 1 Kaart
N1
Niveau 1. Er zijn allerlei verschillende kaarten om je positie te kunnen bepalen. a. Noem de kenmerken van en verschillen tussen een wegenkaart, een topografische kaart, een waterkaart en een luchtkaart. b. Leg uit wat symbolen in de legenda, de schaal, kleuren voor vlakken en RijksDriehoekcoördinaten op een kaart inhouden.
Eis 2 Magnetisch kompas en GPS
N1
Niveau 1. Er zijn verschillende hulpmiddelen en technieken waarmee je kunt navigeren. a. Benoem de onderdelen van een kompas: plaat/huis, richtingspijl, naald, roos, hulplijnen en de acht windrichtingen. b. Maak een eenvoudig kompas met een kurk en naald en leg de werking uit. c. Navigeer met een GPS-apparaat naar een coördinaat via een directe route en een route over paden. d. Leg tijdens het navigeren een GPS-track vast en laat die zien.
Eis 3 Routetechnieken begrijpen
N1
Niveau 1. Eenvoudige routetechnieken kun je gebruiken voor speurtochten. a. Laat zien dat je de volgende routetechnieken kent: lintjesroute, fotoroute, kruispuntenroute, aangezichtskruispuntenroute, tekstroute, ogenroute, route met spoortekens (takjes, stenen, gras e.d.).
Eis 4 Schatten en schetsen
N1
Niveau 1. Bij het navigeren is het belangrijk dat je je omgeving kunt inschatten en weergeven. a. Schat de hoogte van een object met de potloodtechniek. b. Maak een situatieschets.
Eis 5 Routetechnieken gebruiken
N1
Niveau 1. Laat zien dat wat je geleerd hebt ook kunt toepassen. a. Loop of vaar een tocht van minimaal vijf kilometer met minstens twee routetechnieken. b. Zet een speurtocht of vaarroute uit voor je speltak met minstens twee routetechnieken van niveau 1. Houd rekening met verkeers- en natuurregels.
Scouts gaan met respect om met de natuur. Beschadig geen bomen, planten of oeverbegroeiing tijdens het lopen of varen en bij het bevestigen van speurtochttekens. Volg de lokale regels voor het betreden van natuurgebieden. Gebruik alleen dood materiaal als je (natuurlijke) spoortekens gebruikt, houd rekening met wilde dieren (maak geen lawaai), ruim na afloop eventuele spoortekens op en laat geen afval achter.