gewoon
Niveau 2

Insigne Navigeren — Niveau 2

Dit insigne maakt deel uit van het activiteitengebied Uitdagende Scoutingtechnieken. In dit activiteitengebied doe je activiteiten rondom een techniek, zoals hakken, stoken, kaart en kompas, routetechnieken, pionieren, zeilen en kamperen. Met dit insigne leer je omgaan met kaart en kompas en diverse routetechnieken om goed te kunnen navigeren.
Log in of maak een account aan om je voortgang bij te houden.
Eis 1 Kaart
N2
Niveau 2. Je kunt op verschillende manieren je positie berekenen op een kaart. a. Demonstreer dat je met behulp van coördinaten en een kaarthoekmeter nauwkeurig locaties op een kaart kunt aanwijzen. b. Bepaal tijdens een route je positie met behulp van kaartkenmerken, een GPS en een kaarthoekmeter. c. Leg het verschil uit tussen RD, WGS84 en UTM, en laat zien hoe je deze systemen gebruikt.
Eis 2 Magnetisch kompas en GPS
N2
Niveau 2. Er zijn verschillende manieren waarop je met een kompas of GPS je richting kunt bepalen. a. Benoem zestien windrichtingen met een kompas. b. Gebruik een kompas om graden te schieten, van een zichtbaar object de richting te bepalen, op een kaart de richting te bepalen en de vier kompasgrepen toe te passen. c. Leg uit wanneer een kompas geen betrouwbare meting geeft. d. Zoek een eenvoudige geocache en een multicache met minimaal vijf stappen. e. Laat zien dat je het noorden kunt bepalen met de wijzerplaat van een horloge, aan de hand van kenmerken in de natuur en met een zelfgemaakte zonnewijzer.
Eis 3 Routetechnieken begrijpen
N2
Niveau 2. Een echte scout kent meerdere routetechnieken, ook voor de wat moeilijkere speurtochten. a. Laat zien dat je de volgende routetechnieken kent: stripkaart/visgraat, aangezichtsstripkaart, coördinatenroute, kruispeiling, kompasroute (gradenroute), oleaat, blinde vlek, bolletjes- en bolletjes-pijltjesroute.
Eis 4 Schatten en schetsen
N2
Niveau 2. Afstanden inschatten en routes beschrijven helpen je bij het navigeren en terugvinden van routes. a. Schat de afstand tot een object met de driehoekmethode. b. Maak een routeschets van een route met minimaal tien kruispunten.
Eis 5 Routetechnieken gebruiken
N2
Niveau 2. Je weet je weg te vinden en richting aan te geven bij wat langere tochten. a. Loop een tocht of hike van minimaal vijftien kilometer met meerdere routetechnieken. Neem de leiding over de groep en geef de richting aan. b. Zet een hike van minimaal tien kilometer uit door een natuurgebied met minimaal drie routetechnieken van niveau 2.
Scouts gaan met respect om met de natuur. Beschadig geen bomen, planten of oeverbegroeiing tijdens het lopen of varen en bij het bevestigen van speurtochttekens. Volg de lokale regels voor het betreden van natuurgebieden. Gebruik alleen dood materiaal als je (natuurlijke) spoortekens gebruikt, houd rekening met wilde dieren (maak geen lawaai), ruim na afloop eventuele spoortekens op en laat geen afval achter.