gewoon
Niveau 3

Insigne Navigeren — Niveau 3

Dit insigne maakt deel uit van het activiteitengebied Uitdagende Scoutingtechnieken. In dit activiteitengebied doe je activiteiten rondom een techniek, zoals hakken, stoken, kaart en kompas, routetechnieken, pionieren, zeilen en kamperen. Met dit insigne leer je omgaan met kaart en kompas en diverse routetechnieken om goed te kunnen navigeren.
Log in of maak een account aan om je voortgang bij te houden.
Eis 1 Kaart
N3
Niveau 3. Door het goed gebruiken van kaarten kun je nauwkeurig een route uitzetten. a. Zet een tocht van minimaal 25 km uit met een kaart. Houd rekening met hoogtelijnen (landscouts) of dieptelijnen en doorvaarhoogten (waterscouts). Gebruik een geschikte topografische kaart (1:25.000). b. Benoem topografische kenmerken of bruggen bij tussenpunten. c. Bereken de tijdsduur per deeltraject op basis van tempo, vaarsnelheid of windsnelheid.
Eis 2 Magnetisch kompas en GPS
N3
Niveau 3. Als ervaren navigator ken je de fijne kneepjes van het gebruik van kompas en GPS. a. Benoem alle 32 windrichtingen met een kompas. b. Leg uit wat de begrippen declinatie, inclinatie en deviatie inhouden en hoe je hiermee rekening houdt. c. Laat zien dat je het noorden kunt bepalen aan de hand van de sterren, de stand van de zon, een maankompas en met een schaduwstok. Leg ook de beperkingen van deze methoden uit. d. Leg de theorie achter GPS-locatiebepaling uit. e. Zoek met een GPS minimaal vijf geocaches, waarvan minstens drie multicaches van tien of meer tussenstops. f. Maak zelf twee geocaches, waarvan minimaal één een multicache is.
Eis 3 Routetechnieken begrijpen
N3
Niveau 3. Als specialist in routetechnieken kun je ze ook laten zien en toepassen in de praktijk. a. Laat zien dat je de volgende routetechnieken kent: blinde lijn, vectorroute, helikopterroute. b. Neem deel aan een vrije zwerfhike van minimaal vijftien kilometer op het land of het water. Bepaal vooraf de beste route op basis van weer en snelheid en gebruik minimaal vijf verschillende routetechnieken. c. Zet een wildspoor uit of volg er een.
Eis 4 Schatten en schetsen
N3
Niveau 3. Je kunt je omgeving, ook op en rond het water, goed inschatten en weergeven op verschillende manieren. a. Meet of bereken de stroomsnelheid van een beek of rivier. b. Leg het verschil uit tussen een recognografische schets, panoramaschets en horizonschets en maak een voorbeeldschets van één van deze drie.
Eis 5 Routetechnieken gebruiken
N3
Niveau 3. Een ervaren navigator is ook een ervaren hiker. a. Neem de rol van navigator op je tijdens een meerdaagse hike of vaartocht, waarbij gebruik wordt gemaakt van diverse kaart- en kompastechnieken. b. Geef twee alternatieve routetechnieken die ook bruikbaar zouden zijn geweest voor deze hike of vaartocht. c. Zet een hike van minimaal vijftien kilometer of een vaartocht van minimaal tien kilometer uit in een natuurgebied met minimaal drie routetechnieken van niveau 2 en minimaal twee van niveau 3.
Scouts gaan met respect om met de natuur. Beschadig geen bomen, planten of oeverbegroeiing tijdens het lopen of varen en bij het bevestigen van speurtochttekens. Volg de lokale regels voor het betreden van natuurgebieden. Gebruik alleen dood materiaal als je (natuurlijke) spoortekens gebruikt, houd rekening met wilde dieren (maak geen lawaai), ruim na afloop eventuele spoortekens op en laat geen afval achter.