gewoon

Insigne Varen op spierkracht

Dit insigne maakt deel uit van het activiteitengebied Uitdagende Scoutingtechnieken. In dit activiteitengebied doe je activiteiten rondom een techniek, zoals hakken, stoken, kaart en kompas, routetechnieken, pionieren, zeilen en kamperen. Met dit insigne maak je kennis met vaartechnieken waarbij spierkracht nodig is, oftewel peddelen, roeien en wrikken. Je leert eerst de basis van roeien en/of kanoën en maakt daarna kennis met andere vaartechnieken. Dit insigne is speciaal bedoeld voor waterscouts, maar kunnen natuurlijk ook door andere scouts gedaan worden.
Log in of maak een account aan om je voortgang bij te houden.
Niveau 1
Niveau 1
Niveau 2
Niveau 2
Niveau 3
Niveau 3
Eis 1 Voorbereiding
N1
Niveau 1. Een goede voorbereiding is het halve werk. Van eisen a en b kies je er één. a. Kano-variant: maak de kano vaarklaar en zorg ervoor dat alles op de goede plek ligt en klaar is om te gebruiken (denk daarbij aan de reddingsvesten). b. Roei-variant: maak de lelievlet vaarklaar en zorg ervoor dat alles op de goede plek ligt en klaar is om te gebruiken: 4 (of 6) riemen, 4 (of 6) dollen, wrikriem, 1 anker, 1 ankerlijn, 4 landvasten en reddingsvesten.
N2
Niveau 2. Een goede voorbereiding is het halve werk. a. Maak een checklist voor elke activiteit uit dit insigne (niveau 2) en voer deze voorbereidingen uit.
N3
Niveau 3. Veiligheidsregels zijn belangrijk en neem je mee in de voorbereiding. a. Toon aan dat je voor elke activiteit uit dit insigne weet welke veiligheidsregels van toepassing zijn. Houd hierbij ook rekening met het niet verstoren van natuurgebieden en dieren.
Eis 2 Ritme
N1
Niveau 1. Een dirigent bepaalt het ritme in het orkest. Wie bepaalt het ritme in de boot? Van de eisen a en b kies je er één. a. Kano-variant: kanoë eerst in je eentje om een goed gevoel te krijgen. Vaar daarna als achterste in de kano, geef de bemanning aanwijzingen en bepaal de richting. b. Roei-variant: volg eerst de slagroeier en roei zo goed mogelijk mee. Probeer daarna zelf de slagroeier te zijn en houd het ritme zo goed mogelijk vol.
N2
Niveau 2. Bij wrikken is het ritme belangrijk. Hoe beter je 'de slag' te pakken krijgt, hoe sneller je vooruit komt. a. Ga wrikken met je lelievlet, zowel vanaf het achterdek als vanuit de kuip, over een afstand van minimaal 50 meter. b. Bespreek na afloop de verschillen tussen deze twee technieken, wat jou op dit moment het beste lukt en waarom.
N3
Niveau 3. Bij bepaalde types boten is het ritme belangrijker, doordat het tempo hoger ligt of er voor genoeg snelheid of kracht een goed ritme nodig is. Van de eisen a t/m c kies je er één. a. Ga varen met een roeisloep, één keer als bemanningslid en één keer als roerganger. b. Ga drakenboot varen: eerst als roeier, dan als trommelaar. Probeer zo goed mogelijk het ritme aan te geven aan de bemanning. c. Ga varen met een meerpersoons wedstrijdroeiboot, één keer als bemanningslid en één keer als roerganger.
Eis 3 Manoeuvres
N1
Niveau 1. In een parcours kun je goed laten zien hoe goed je stuurt. Van de eisen a en b kies je er één. a. Kano-variant: oefen de J-slag en D-slag. Leg een parcours af en beëindig het met een achtje varen. b. Roei-variant: leg een parcours af en beëindig het met een achtje varen. In de tweede ronde is de bemanning geblinddoekt.
N2
Niveau 2. Een andere techniek om in ondiep water je boot voort te bewegen is bomen met vaarboom. a. Oefen met bomen in ondiep water. b. Organiseer een boom-tijdsproef over 100 meter voor je speltak of subgroep om te ontdekken wie het snelst boomt.
N3
Niveau 3. Varen met een kajak of kano op onbekend water kan soms best spannend zijn. Voer één van de volgende eisen uit onder leiding van een ervaren instructeur. a. Ga minimaal een uur kajakken of kanoën op stromend water. b. Ga minimaal een uur kajakken of kanoën op ruim water. c. Leer in een zwembad eskimoteren met een kajak.
Eis 4 Wel of niet in het water
N1
Niveau 1. Soms val jij of iets anders in het water en dan weet jij wat je moet doen. Van eisen a en b kies je er één. a. Kano-variant: oefen wat je moet doen als de kano omslaat. Ga onder toezicht van leiding zwemmend onder de kano en kijk of er lucht onder zit. b. Roei-variant: doe een verzamelspel op het water waarbij je diverse voorwerpen of soorten afval uit het water moet halen.
N2
Niveau 2. Een goede scout heeft respect voor de natuur, ook op het water. Van eisen a en b kies je er één. a. Help de natuur op en rond het water een beetje beter achter te laten door afval te verzamelen op het water en langs de oevers. b. Doe mee aan Scouts4Science, met het verzamelen en meten van plastic in het water.
N3
Niveau 3. Tijdens het varen kan altijd iemand in het water vallen. a. Voer met een lelievlet een reddingsmanoeuvre uit terwijl je vaart op spierkracht. Gebruik hiervoor een levensgrote (zelfgemaakte) dummy/pop of een licht persoon in reddingsvest. Doe dezelfde opdracht vanuit een kano/kajak.
Eis 5 Varen
N1
Niveau 1. Stabiliteit bij het varen is wel fijn, te veel wiebelen vaart minder lekker en kost snelheid. Van de eisen a en b kies je er één. a. Kano-variant: oefen met de stabiliteit in een open kano door het spel Kanolimbo te doen. b. Roei-variant: vaar een stukje met zwaard en probeer te wiebelen. Doe dit eerst met het zwaard in het water en daarna zonder. Bespreek welk verschil je merkt en toon aan dat je het zwaard kunt bedienen.
N2
Niveau 2. Met een wat langere vaartocht leer je de vaartechnieken van een boottype pas echt goed kennen. Van de eisen a en b kies je er één. a. Vaar met een sup een route van minimaal drie kilometer. b. Vaar in een kajak een tocht van minimaal drie kilometer. c. Vaar met een BIG SUP een route van minimaal twee kilometer.
N3
Niveau 3. Maak kennis met andere vaarmiddelen. Van de eisen a t/m c kies je er één. a. Roei met een skiff een route van minimaal vijf kilometer. b. Roei met big blades. c. Vaar met een BIG SUP een route van minimaal twee kilometer.
Veiligheid staat voorop! Bij zowel spel als wedstrijd is het handig om te kiezen voor vaarwater dat rustig is en weinig ander verkeer heeft. Ga in elk geval niet in de buurt van beroepsvaart varen. Spreek duidelijk af dat regulier verkeer voorrang heeft volgens de reguliere vaarregels (BPR). Raadpleeg de veiligheidsregels uit de Nautisch Technische Richtlijnen (NTR), met name op het gebied van reddingsvesten. Niveau 1 van dit insigne is zonder aanpassingen uitvoerbaar voor niet-waterscouts. Voor niveau 2 en 3 is contact met een waterscoutinggroep aanbevolen.